Op 17 maart 1982 was ik tien jaar en het had een gewone dag kunnen zijn.

 

For the English version of this article, click here.

 

Enkele dagen eerder was mij ter ore gekomen dat mijn oom Jan in El Salvador was gearresteerd door de militaire machthebbers. 

 

Samen met drie andere journalisten werkte hij voor omroeporganisatie IKON aan een reportage over de op handen zijnde verkiezingen in het door burgeroorlog verscheurde land. Op het lijk van een verzetsstrijder van rebellenbeweging FMLN was een briefje gevonden met de contactgegevens van teamgenoot Koos Koster en de machthebbers besloten de vier Nederlandse journalisten op te laten pakken. Als een waarschuwing voor de vier en voor alle andere verslaggevers die in het land te nieuwsgierig waren.

 

De arrestatie was met een sisser afgelopen, na een dag werden ze vrijgelaten. De vier redeneerden dat hun arrestatie de aandacht vanuit El Salvador en uit het buitenland op hen had gevestigd en daardoor zou werken als een soort van veiligheidsmechaniek. Dat was een misvatting.