Op de middelbare school lazen wij George Orwell’s Animal Farm. Ik kan me nog de ingehouden tevredenheid van mijn docent herinneren toen we toekwamen aan het bespreken van het centrale thema van het boek: ongelijkheid en oneerlijkheid, en de noodzaak van een rechtsstaat.

Het was een goed geschreven verhaal en ik herkende de analogie met het moderne (politieke) leven, de opvatting dat macht altijd corrumpeert en vroeg of laat leidt tot verrijking en bevoordeling. Van jezelf, van anderen, of beide.

Ondertijd is het de dagelijkse werkelijkheid dat je soms het meeste bereikt door het met de regels iets minder nauw te nemen. Zit ook in de menselijke natuur, we fietsen allemaal wel eens aan de verkeerde kant van de weg om het stoplicht te vermijden en ook in andere opzichten snijden we (al dan niet letterlijk) wel eens de bocht af. We betalen liever niet teveel belasting of parkeergeld, wie tegen de lamp loopt brandt z’n gat en moet op de blaren zitten. Feit.

Wij als inwoners van Nederland verwachten dat we in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dat de overheid hiernaar streeft. We hebben daar recht op, het is vastgelegd in de Grondwet in en talloze verdragen waaronder Nederland zijn handtekening heeft gezet. De overheid heeft geen recht het met de regels minder nauw te nemen. Nederlandse politici spreken andere mogendheden (zoals Rusland, waarover Orwell eigenlijk schreef) terecht erop aan wanneer zij hun burgers géén rechtsstaat gunnen, en corruptie niet aanpakken. Al doet deze regering dat minder openlijk dan dat ze spreekt over handelsbelangen. Kwestie van (politieke) prioriteiten…

Voor ons Nederlanders is het één en ander goed op orde, al wil een enkele partijlleider ons anders laten geloven. Anders wordt het als de overheid creatief met de regels omgaat wanneer het om niet-Nederlanders gaat. En dan gaat er bij mij iets schuren. Van oneerlijkheid krijg ik jeuk.

Na iets meer dan vijftien jaar kregen deze week de Asser broers Darlington en Prosper Isaacs een brief: hun verblijfsvergunning komt eraan. Dat was een opluchting van jewelste, en het is ze enorm gegund, want zolang niet volwaardig meedoen in het land waarnaar je vluchtte voor je veiligheid en je toekomst, dat is niet niks. Vijftien jaar zonder bijbaantje, verzekering, reis naar het buitenland, rijbewijs, huurcontract, noem maar op. De IND maakte geen haast.

Anders wordt dat in het geval van de negenjarige Samira Moradi uit Emmen, die bijna acht jaar in Nederland is. In januari 2017 viert de familie Moradi haar tiende verjaardag, maar als het aan de IND ligt, gebeurt dat in Afghanistan. Recent ingevoerde regels zeggen dat kinderen die minimaal tien jaar oud zijn en minimaal acht jaar in Nederland wonen, hier geworteld zijn en daarom niet mogen worden uitgezet.

Nadat Samira en haar familie bijna acht jaar in Nederland hebben doorgebracht en Samira bijna tien wordt, begint de IND haast te maken met een eventuele uitzetting. Want over een paar weken zal de nieuwe beleidsregel voor verwesterde meisjes op haar van toepassing zijn.

En dan denk ik weer aan de regerende varkens van Animal Farm, die aan ‘All Animals are Equal’ snel even toevoegden ‘But Some are more Equal than Others’, omdat dat ze beter uitkwam. En na acht tergend lange jaren in de wachtkamer van het Nederlanderschap, komt dan in de laatste weken snel de mededeling ‘niet welkom’, en als verweer wordt naar ‘de regels’ gewezen. Regels die wanneer ze in het voordeel van een vluchteling zijn, héél lang duren (tot wel vijftien jaar), maar wanneer ze in het nadeel van een vluchtelingengezin werken er in drie, vier weken worden doorgejast.

 

Bij de IND zou Animal Farm verplichte kost moeten zijn.